Ongemotiveerd

Ongemotiveerd

Gepubliceerd op 9 december 2018

“Hij is echt niet gemotiveerd! Hij heeft teveel weerstand. Dit gaat echt niet werken. Ik geef het op, want hij werkt toch niet mee.”

Als hulpverlener, al dan niet gedwongen, is dat het lastigste wat er is. Wij hulpverleners zijn geneigd om mensen te helpen. Iets voor een ander willen doen, zonder er iets, behalve voldoening, voor terug te krijgen. En omdat wij geen zak met geld hebben voor de ander, geven we hem/haar advies. “Weet je wat jij eens zou moeten doen?” En dan volgt een goed bedoeld advies. Dan is de vraag: zit de ander daarop te wachten? Meestal niet.

Motivatie. Wat is dat? De bereidheid om iets te veranderen? Het woord motivatie stamt af van het Latijnse woord movere, wat beweging betekent. Motivatie tot verandering wordt dan ook gezien als een proces en niet als een vaststaand feit.

Bij aanvang van een toezicht van de reclassering brengen we in kaart wat de risico’s zijn. Dus als iemand schulden heeft, geen werk of een slechte woonsituatie, ben ik geneigd dit allemaal op te lossen om de situatie te verbeteren. Direct een plan van aanpak en allerlei oplossingen spelen door mijn hoofd. Maar daar zit het hele punt. Twee punten eigenlijk. Is de ander toe aan die verandering? En nog veel belangrijker: wat heeft hij/zij zelf al gedaan en/of over welke vaardigheden beschikt de ander om het zelf te doen?

Want daar zit de kracht en de motivatie van de persoon zelf. Ga maar na bij kinderen. Als je bij kinderen altijd de rits van de jas voor hen dicht doet en hun schoenen bij hen aandoet, leren ze het zelf nooit. En misschien nog wel erger: ze zijn ook niet gemotiveerd om het zelf te willen doen. Het is zo makkelijk als een ander het voor ze doet.

Nu hebben mijn kinderen een erge sterke eigen wil, dus ik krijg het niet eens meer voor elkaar om hen te helpen. Ik vind het ook belangrijk dat ze dingen zelf doen. Autonomie staat hoog in het vaandel en zo benader ik mijn kinderen ook.

Zo zou het ook bij cliënten moeten zijn. Uitgaan van hun eigen kracht en tempo. Bereidheid om dingen anders te doen dan voorheen.

In deze volgorde zal het proces van motivatie het meeste effect hebben:

  1. Wat is de situatie nu?

  2. Hoe tevreden is de cliënt hierover?

  3. Zou hij/zij het willen veranderen?

  4. Hoe zou de gewenste situatie moeten worden?

  5. Hoe ziet die situatie eruit?

  6. Hoe wil hij/zij dat voor elkaar krijgen?

  7. Wat is daarvoor nodig?

Onze maatstaven van leven zijn niet die van een ander. Ik heb een tijd geleden een man onder toezicht gehad. Dakloos, enkel een postadres en een daklozenuitkering, maar dolgelukkig. Hij hoefde geen huis, het enige wat hij wilde was een hond. Dus dan kan ik wel een huis voor hem gaan regelen, maar daar zat hij helemaal niet op te wachten. Zo lang hij geen overlast geeft voor anderen of zijn veiligheid in het geding is, ga ik hem niet overtuigen dat een woning voor hem beter is. Ik wil er mee zeggen dat ik bleef hangen bij vraag 3 waar het antwoord nee was. Tja, dan zal ik me erbij moeten neerleggen dat het nu eenmaal zo is. Hij heeft een keuze gemaakt. Gelukkig voor mij besefte hij verderop in het toezicht dat een kamer toch ook wel voordelen heeft. Zonder dat ik allerlei argumenten heb moeten aandragen om hem te overtuigen. Alleen door mijn (open) vragen heeft hij nagedacht wat hij belangrijk vond in het leven.

Dat cliënten niet altijd doen wat wij denken dat goed voor hen is, zal altijd blijven. De reclassering heeft de taak om de samenleving veilig te maken en houden. Wij doen wat we kunnen, maar een cliënt zal uit zichzelf één of andere motivatie moeten hebben om het anders te gaan doen dan voorheen. Dat is een proces en heeft tijd nodig. Mee veren in dit proces is daarom van belang.

Reageren is niet mogelijk